Contact

Nijmegen: 024 679 37 47
Doetinchem: 0314 781 111

info@raafadvocaten.nl

Bezoekadres:

Vestiging Doetinchem
Plantsoenstraat 87 
7001 AB Doetinchem
Route

Vestiging Nijmegen
Op afspraak

Postadres
Plantsoenstraat 87 
7001 AB Doetinchem

Volg ons

Wie moet wat bewijzen bij een kop-staartbotsing?

20 december 2018

U bent van achter aangereden door een andere automobilist als gevolg waarvan u whiplashklachten hebt opgelopen. Die andere automobilist is aansprakelijk voor uw schade indien u kunt bewijzen dat die ander een verkeersfout heeft gemaakt. Dat is vaak het geval.

 

Een voorbeeld uit de praktijk.

Op 24 april 2009 vond er op de N242 een kop-staartbotsing plaats. De bestuurder van de voorste auto stelde een vordering in tegen de verzekeraar van de bestuurder van de achterste auto. Hij baseerde zijn vordering op een onrechtmatige daad van de achterste bestuurder, omdat deze bestuurder volgens hem artikel 19 RVV had geschonden. Artikel 19 RVV houdt een verplichting in om je auto tot stilstand te kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien en waarover deze vrij is.

Het hof Amsterdam oordeelde in deze zaak dat het enkele feit dat de achterste auto niet tijdig tot stilstand is gebracht en op de voorste auto is gebotst nog geen schending van artikel 19 RVV oplevert. Daarvoor zijn naar het oordeel van het hof bijkomende omstandigheden nodig. Daaraan was hier voldaan.

Vast was namelijk komen te staan dat de achterste auto 10 meter achter de voorste auto reed met een snelheid van 80 km/uur. Dit houdt een afstand van minder dan een halve seconde in, terwijl de reactietijd een seconde (de schrikseconde) bedraagt.

De bestuurder van de voorste auto had daarom aan zijn bewijslast voldaan dat de bestuurder van de achterste auto artikel 19 RVV had geschonden.

De verzekeraar van de achterste auto voerde nog aan dat de bestuurder van de voorste auto zonder noodzaak een noodstop maakte. Volgens het hof kan dit meewegen in het bepalen van de hoogte van de schadeverplichting, omdat een stop zonder noodzaak eigen schuld oplevert. De bewijslast daarvan rust echter op (de verzekeraar van) de achterste auto. De bestuurder van de voorste auto gaf aan dat hij stopte wegens het op korte afstand invoegen van een andere auto. De verzekeraar van de achterste auto kon niet bewijzen dat hier sprake was van eigen schuld en werd voor 100% aansprakelijk gehouden voor de schade van de voorste automobilist.

Hof Amsterdam 26-04-2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1720

Meer vragen? Neem contact met ons op

T (+31) 24 - 6793747

E info@raafadvocaten.nl